Glasfusing

Glasfusing is naast glas-in-lood een uiting van glaskunst. Het omvat een techniek waarbij stukjes of repen glas van dezelfde of verschillende kleuren samengevoegd worden door ze door middel van hitte te versmelten, te fuseren. Glasfusing biedt de mogelijkheid om de verschillende kleuren van glasdelen met elkaar te laten vervloeien of te vermengen.

De verhitting van het glas vindt plaats in een elektrische of gasgestookte oven. De stukken glas worden op elkaar gelegd of overlappen elkaar en worden verhit tot temperaturen variërend van 593°C tot 816°C. Hierbij moet er op gelet worden dat glas met een verschillende uitzettingscoëfficiënt – onder andere afhankelijk van de gebruikte kleurpigmenten in het glas – niet samengesmolten kan worden, anders zal het gecreëerde object tijdens of na het afkoelen scheuren of breken. Ook door te grote of te snelle temperatuurverschillen en/of -schommelingen kunnen tijdens en na de afkoeling van het object scheuren in het versmolten glas springen.

Bij glasfusing kan zowel plat, vlak als driedimensionaal gewerkt worden. Bij een ruimtelijke toepassing, zoals een beeld, dient een reliëfbodem als basis. Wanneer we glas buigen in of juist over een mal als reliëfbodem spreken we over slumpen. Slumpen is een ‘must’ voor iedereen die aan glasfusing doet. De mal als basis wordt met de (gekleurde) glaslagen in de oven gelegd en is bij het gehele proces van fusing berokken. De mal dient daarom hittebestendig te zijn en geen enkele andere invloed op het glas uit te oefenen dan op de vorm. De glaslagen zullen in het fusingsproces dus naast het mengen met elkaar de vorm van de mal aannemen. Dit gehele proces duurt ongeveer 24 uur.

(Bron: JaJa Glaskunst – Schreurs, 2017)

In feite is de techniek van glasfusing al oud. Eeuwen voor Christus hebben de Romeinen met deze techniek hun glas gemaakt tot zij het glasblazen uitvonden. Glasblazen onderging een revolutionaire ontwikkeling en gaf in tegenstelling tot glasfusing wél een betrouwbaar resultaat. Glasfusing raakte hierdoor de vergetelheid. Dit is lange tijd zo gebleven. Dat veranderde op het moment dat er glasovens zijn ontwikkeld die programmeerbaar zijn. Met deze nieuwe ovens is het mogelijk om met de vereiste kennis van glas (onder andere qua samenstelling, soorten, vormen en eigenschappen als vloeidikte, druksterkte, viscositeit en uitzettingscoëfficiënt), het stookproces (onder andere het transformatiepunt en de curveberekening), de verschillende hulpmiddelen (als losmiddel, gereedschappen en kleurstoffen enzovoort) en slumping (verschillende soorten materiaal als mal (keramiek, metaal enzovoort) en de verschillende toepassingen) op een betrouwbare manier de oude techniek van glasfusing toe te passen en nieuwe glasproducten en glaskunst te maken.

Thema zwart-wit, JaJa Glaskunst, 2016

Vanaf half 20e eeuw houden glaskunstenaars zich weer met glasfusing bezig en vanaf het einde van de 20e eeuw geniet glasfusing (weer) de bekendheid die ze verdient.

Er is niet veel literatuur over glasfusing in het Nederlands voorhanden. Wel in het Duits en in het Engels. Veel van onze JaJa Glaskunstkennis haalden we uit het naslagwerk van Ellen Prinse (2007), uit gesprekken met andere kunstenaars of is ontstaan vanuit andere kunstdisciplines. Daarnaast beschikken we over veel van wat wij ‘ervaringskennis’ noemen. Daaruit zijn veel verschillende ooglijke, maar ook in de volksmond zogenaamde onooglijke objecten voortgekomen. In elk geval blijken de mogelijkheden met glas of glas in combinatie met andere materialen zo talrijk dat we voorlopig nog lang niet klaar zijn met alle ideeën die we hebben opgedaan en nog steeds opdoen uit te werken. In 2011 bracht Martine Knoppert het boek “Glasbewerken” uit. Ook dat boek werd snel toegevoegd aan de JaJa Glaskunstbibliotheek. Veel theoretische kennis die in deze website is gebruikt is ontleend aan zowel het boek van Ellen Prinse als aan die van Martine Knoppert. Een ieder die aan onze inspiratie al dan niet bewust heeft meegewerkt danken wij op deze plek!